Racehistorie

De Corvette GTP (1985–1988): Lola-prototype in de IMSA GTP-klasse

Gepubliceerd: 4 maart 2026
De Chevrolet Corvette GTP nummer 52 in Goodwrench-kleuren, IMSA-prototype uit de jaren tachtig
Foto: Charles from Port Chester, New York — CC BY 2.0 via Wikimedia Commons

Tussen 1985 en 1988 reed Chevrolet een bijzonder hoofdstuk in de Corvette-racegeschiedenis dat weinig liefhebbers kennen: de Corvette GTP, een Lola-gebaseerd prototype dat deelnam aan de IMSA GTP-klasse. Dit was geen productie-gebaseerde racer zoals de latere C5-R of C6-R, maar een volwaardige prototypracer gebouwd rondom een Engels Lola-chassis, aangedreven door motoren die niets gemeen hadden met de standaard Corvette-V8. Het programma liet de ambities van General Motors zien in een van de meest competitieve sportwagenklassen ter wereld — en toonde tegelijkertijd de harde realiteit van ontwikkelkosten en resultaatsdruk.

De IMSA GTP-klasse: context en competitie

De IMSA GTP-klasse (Grand Touring Prototype) was in de jaren tachtig de koningklasse van het Amerikaanse sportwagenkampioenschap. Fabrikanten als Porsche (met de 962), Jaguar en March bouwden speciaal voor deze klasse geavanceerde prototypen die qua techniek dichter bij de Le Mans-racers lagen dan bij productiewagens.

Het was in deze omgeving dat Chevrolet besloot de naam Corvette aan een volledig nieuw prototype te koppelen. De keuze voor een extern chassis — de Lola T600, later geëvolueerd naar T86 en T87 — was pragmatisch: de in-house capaciteit voor een volledig nieuw prototype-chassis ontbrak, maar Lola Cars International uit Huntingdon, Engeland, was een van de meest ervaren aanbieders van sportwagenprototypen ter wereld.

Het programma werd geleid door GM's racing-afdeling en voor een deel uitgevoerd door Rick Hendrick, die later bekendheid zou krijgen via zijn NASCAR-team Hendrick Motorsports. Hendrick velde een eigen Corvette GTP-chassis naast het fabrieksprogramma.

Het chassis en de motoren: meer dan één V8

De basis van de Corvette GTP was een Lola T600-afgeleid chassis, een koolstofvezel/aluminium monocoque-constructie met de motor als dragend element. Over de jaren van het programma werden meerdere chassisvarianten gebruikt, aangeduid als HU01, HU02, T86/12 en T87/10.

De turbo-V6 — Het primaire krachtbron was een 3,4-liter (209 kubieke inch) turbogechargde V6 die bij vol toerenvermogen meer dan 1.000 pk ontwikkelde. Dat is een indrukwekkend getal voor de tweede helft van de jaren tachtig. De motor was een extreme motorsport-eenheid; hij deelde nauwelijks componenten met enige productie-V6 die Chevrolet op dat moment verkocht.

De atmosferische V8 — Naast de turbo-V6 experimenteerde het team met een atmosferische Chevrolet V8 in een van de chassissen (chassis HU01 in het 1986-seizoen), terwijl HU02 de turbo-V6 behield. De V8 was gemakkelijker af te stellen en minder gevoelig voor technische uitval, maar leverde minder piekpower dan de turbo-unit.

Het 1987-chassis met actieve vering — Eén van de nieuwe chassis voor het 1987-seizoen (T86/12) was uitgerust met een experimenteel actief veringssysteem dat de veerstijfheid tijdens de race kon aanpassen. Dit maakte de Corvette GTP tot één van de vroegste IMSA-auto's met dergelijke technologie.

De motorverscheidenheid illustreert hoe het programma voortdurend in ontwikkeling was — en hoe het team zocht naar de beste combinatie van betrouwbaarheid en vermogen.

Resultaten: poles en crashes, weinig zeges

Het programma kende een moeizame start. Het debuut bij de Daytona 24 uur in 1985 eindigde vroegtijdig door versnellingsbakproblemen. Daarna volgden een zevende plaats bij Miami en weer uitvallers bij Sebring en verscheidene andere ronden.

Het hoogtepunt van het programma lag in het seizoen 1986, toen het team zeven poles veroverde in het IMSA Camel GT-seizoen en twee races won: op Road Atlanta en op het stratencircuit van West Palm Beach. Rick Hendrick's Corvette GTP, bestuurd door Sarel van der Merwe, pakte de pole voor de Rolex 24 van Daytona in 1986 — een erkenning voor de pure snelheid van de auto.

In 1987 voegde het team nog vier poles toe, maar overwinningen bleven schaars. Het patroon was bekend in de IMSA GTP-wereld: de Corvette was snel genoeg om de snelste op een droog kwalificatieronde te zijn, maar de betrouwbaarheid in de lange afstandsraces liet te wensen over. Turbodruk, versnellingsbakproblemen en hitte waren vaste problemen.

1988 werd consistenter: een achtste, zevende, derde en negende plek lieten zien dat de combinatie van atmosferische V8 en rijpere chassissen de auto beter maakten. Maar het was te laat: na het 1988-seizoen trok General Motors de stekker eruit. Het budget bleek niet op te wegen tegen de behaalde resultaten ten opzichte van de dominante Porsche 962-teams.

Wat de Corvette GTP onderscheidde van de latere productie-racers

De Corvette GTP staat los van de lijn die later zou leiden tot de Corvette C5-R, C6-R en C7-R. Waar die racers waren gebouwd rondom de productie-Corvette-architectuur — een stalen rugraat, glasvezelcarrosserie, herkenbare GT-silhouet — was de GTP een zuivere prototype zonder ook maar één carrosserie-paneel dat verwees naar de productie-Corvette.

De styling was functioneel-aerodynamisch, ontworpen in samenwerking met Lola. De Corvette-naam en het bowtie-logo werden meer gebruikt als marketinginstrument dan als aanduiding van technische verwantschap. In die zin lijkt de Corvette GTP meer op het latere Corvette Daytona Prototype-programma van de jaren 2010 dan op de GT-racers waarmee Chevrolet Le Mans won.

Noch behaalde de GTP de resultaten die de productie-gebaseerde C5-R later zou boeken: drie opeenvolgende klassezegges bij de 24 uur van Le Mans (2001, 2002, 2003) en talrijke IMSA-kampioenschappen. De GTP bleef een voetnoot — een interessante, technisch rijke voetnoot — in de rijke racegeschiedenis van de Corvette.

Erfenis en collectorswaarde

Van de Corvette GTP werden in totaal vier chassis gebouwd (HU01, HU02, T86/12 en T87/10). Van deze vier zijn er meerdere bewaard gebleven en verschijnen ze incidenteel op autoveilingen of bij concours-evenementen in de VS.

De collectorswaarde is niet op het niveau van een fabrieks-Le Mans-racer, maar de historische relevantie — als de meest ambitieuze en technisch geavanceerde GM-raceprogramma van de jaren tachtig buiten NASCAR — geeft de GTP-chassis een vaste plek in de Corvette-historiografie. Verzamelaars met interesse in IMSA GTP-prototypen kijken doorgaans ook naar de Jaguar XJR-7, de March 83G en de Porsche 962 — de GTP past in dezelfde tijdsgeest.

Voor wie de racegeschiedenis van de productie-Corvette wil verkennen: de Corvette C5-R markeert het keerpunt waarbij Chevrolet koos voor een GT-gebaseerde racer en daarmee een aaneengesloten succesverhaal bouwde dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Veelgestelde vragen
Was de Corvette GTP een echte Corvette?
In naam wel, maar technisch gezien niet. De Corvette GTP was gebouwd op een Engels Lola-prototype-chassis en deelde geen carrosserie of mechanische componenten met de productie-Corvette. De naam en het logo werden als marketingelement gebruikt.
Welke motor had de Corvette GTP?
Primair een turbogechargde 3,4-liter V6 met meer dan 1.000 pk bij vol boost. Eén chassis werd ook uitgerust met een atmosferische Chevrolet V8 voor betere betrouwbaarheid. Het 1987-seizoen zag beide motorvarianten naast elkaar rijden.
Hoeveel races won de Corvette GTP?
Het programma behaalde twee overwinningen, beide in het 1986-seizoen: op Road Atlanta en op het stratencircuit van West Palm Beach. Daarnaast werden zeven poles veroverd in 1986 en vier in 1987.
Waarom stopte het Corvette GTP-programma na 1988?
General Motors trok na het 1988-seizoen de financiering terug. Het programma had te weinig overwinningen opgeleverd in verhouding tot het geïnvesteerde budget, en het was niet opgewassen tegen de dominantie van de Porsche 962 op dat moment.
Hoeveel Corvette GTP-chassis zijn er gebouwd?
Er zijn vier chassis gebouwd: HU01, HU02, T86/12 en T87/10. Meerdere exemplaren zijn bewaard gebleven en verschijnen af en toe op veilingen of bij concours-evenementen.