Vijf auto's, een abrupt einde door een intern verbod en een gevecht met Carroll Shelby's Cobra's dat de Amerikaanse autogeschiedenisboeken inging — de Corvette Grand Sport van 1963 had een van de kortste en meest dramatische raceinzetten in de geschiedenis van het merk. De Corvette C2 Grand Sport was oorspronkelijk ontworpen als een volledig fabrieksracewagen voor Le Mans, maar door het AMA-akkoord — een gentlemen's agreement waarbij de grote Amerikaanse autofabrikanten beloofden zich niet officieel met motorsport te bemoeien — moest Chevrolet de productie na slechts vijf exemplaren stopzetten.
Het AMA-racingverbod en de gevolgen
In 1957 ondertekenden de grote Amerikaanse autofabrikanten, waaronder General Motors, het Automobile Manufacturers Association-akkoord. Dit informele maar zwaarwegende akkoord bepaalde dat de fabrikanten zich niet officieel zouden bezighouden met de ontwikkeling van racewagens of de promotie van motorsport. Het was een reactie op publieke verontwaardiging over races als de Le Mans-ramp van 1955 en de politieke druk die volgde.
Chevrolet had in 1962 en begin 1963 toch stilletjes aan de Grand Sport gewerkt. Het oorspronkelijke plan was om honderd exemplaren te bouwen — het minimum voor homologatie in de GT-klasse — zodat de wagen officieel als productieauto op Le Mans mee mocht doen. De carrosserie was van glasvezel maar extreem dun en licht; het gewicht werd teruggebracht tot circa 1.000 kilogram, een halvering ten opzichte van de standaard Corvette. Onder de motorkap zat een speciaal ontwikkelde 377 kubieke inch big-block V8.
Toen GM-president Frederic Donner lucht kreeg van het project, werd het in het vroege voorjaar van 1963 stilgelegd. Slechts vijf chassis waren voltooid. De vijf auto's hadden chassisnummers 001 tot en met 005 en waren technisch ver boven de gewone productie-Corvette verheven. Maar zonder een officieel raceprogramma moesten ze elders naartoe.
De vijf Grand Sports en hun eerste inzet
GM mocht de Grand Sports niet zelf inzetten, maar kon ze verkopen of uitlenen aan gerenommeerde privécoureurs — zogenaamde privateers. Dat is precies wat er gebeurde. De vijf wagens werden verdeeld over een select gezelschap van Corvette-rijders en renstalhouders die de auto's gingen inzetten in nationale en internationale races, met name in Amerika.
De eerste grote test voor de Grand Sports vond plaats tijdens de Nassau Speed Weeks in december 1963, op de Bahamas. Nassau was een populair einde-seizoensevenement dat deelnemers van over de hele wereld aantrok — onder hen Carroll Shelby met zijn nieuwe Cobra's, die dat jaar al furore hadden gemaakt in de SCCA A-production klasse en elders.
Drie Grand Sports kwamen naar Nassau: de No.001 en No.002 werden ingezet door Grady Davis, vicedirecteur van Gulf Oil, en de No.003 door privérijder Jim Hall. Hall was al actief als racerijder en zou later beroemd worden als de grondlegger van het Chaparral-team. De andere twee wagens, No.004 en No.005, waren op dat moment nog in andere handen en reden elders.
Nassau Speed Weeks: Grand Sport versus Cobra
De Nassau Speed Weeks van 1963 waren een directe confrontatie tussen twee iconische American racing-projecten. Carroll Shelby had zijn Cobras — lichte, krachtige Britse AC-carrosserieën met een Ford V8 — al tot een formidabele kracht in de Amerikaanse motorsport gemaakt. Zijn coureurs, waaronder Ken Miles en Dave MacDonald, reden snel en hadden ervaring met de wagens.
De Grand Sports waren in Nassau sneller dan de standaard productie-Corvettes, maar de configuratie was op dat moment nog niet optimaal. Ze reden met de gietijzeren small-block V8 die minder vermogen had dan later in de carrière van de wagens zou worden gebruikt. Toch lieten de Grand Sports zien dat ze potentieel hadden: in de kortere sprints waren ze competitief met de Cobra's, maar in de langere races had Shelby's team een betere voorbereiding en meer rijderservaring met hun specifieke wagens.
De resultaten in Nassau waren gemengd. De Grand Sports wonnen enkele klassen in de kortere evenementen, maar de Cobra's domineerden de hoofdraces. Het was duidelijk dat de Grand Sport — als hij ooit het volledige fabrieksondersteuningsprogramma had gekregen dat oorspronkelijk was gepland — een serieuze tegenstander voor de Cobra zou zijn geweest. Nu opereerden de wagens als privéproject, zonder de volledige ontwikkelingsinfrastructuur van een fabrieksteam.
Latere racecarrière: upgrades en Daytona
In 1964 en 1965 werden de Grand Sports verder ontwikkeld door hun eigenaren en door inofficiële steun vanuit Zora Arkus-Duntov, de Belgisch-Amerikaanse ingenieur die de technische ziel van de Corvette was. Arkus-Duntov kon officieel niet bij het raceprogramma betrokken zijn, maar zorgde ervoor dat componenten beschikbaar kwamen voor de privateers.
De wagens kregen grotere motoren — uiteindelijk tot 377 kubieke inch met aluminium cilinderkop — en aerodynamische verbeteringen. In 1964 werden twee Grand Sports ingeschreven voor de 24 uur van Daytona, met gesloten coupécarrosserie om de topsnelheid op de lange rechte stukken te verhogen. Dick Thompson en Bob Johnson bestuurden een van de inzendingen. De resultaten waren respectabel maar nooit dominant, deels doordat de auto's nooit de volledige fabrieksontwikkeling hadden gekregen die ze verdienden.
De Grand Sport verscheen ook op Sebring en in diverse SCCA-evenementen. Overal trokken de wagens bekijks en respect, maar de combinatie van beperkte fabriekssteun, wisselende motorspecificaties en de opkomst van steeds sterker wordende concurrenten hield het succes bescheiden. Lees meer over de technische basis van deze raceauto in de complete gids over de Corvette C2 Sting Ray.
Nalatenschap: vijf wagens, eindeloze mythe
Van de vijf Grand Sports zijn er vier bewaard gebleven en ze behoren tot de meest waardevolle Corvettes ooit gebouwd. Op veilingen haalden ze prijzen van meerdere miljoenen dollars. Chassisnummer 001 en 002 worden beschouwd als de meest complete en historisch belangrijkste exemplaren. Ze zijn meermaals gerestaureerd en hebben diverse keren hun opwachting gemaakt in historische races en concours d'élégance.
De Grand Sport staat symbool voor wat had kunnen zijn: een volledig uitgewerkt fabrieksprogramma had de Corvette mogelijk tot een dominante kracht in de GT-klasse van Le Mans kunnen maken in het midden van de jaren zestig. Het GM-racingverbod sneed dat potentieel af. Maar de vijf auto's die er wel kwamen, hebben bewezen dat het concept deugde — licht, krachtig en technisch vernuftig.
De erfenis van de Grand Sport leeft voort in elke latere Grand Sport-variant die Chevrolet uitbracht, van de C4 Grand Sport van 1996 tot de C6 en C7-versies. De naam draagt altijd een knipoog naar de vijf rebels van 1963.